Tijdlagen in de Archeo Route Limburg app

In de Archeo Route app op locatie maak je kennis met de tijdlaag waarin het verhaal zich  afspeelt. In de app worden 4 tijdlagen onderscheiden.

Hier vind je meer informatie over de tijdlagen. Wie leefden er toen en hoe woonden zij?

  • Jagers, verzamelaars en eerste boeren

    Dit gaat over een tijdsperiode tot 3400 voor Chr. - Het Paleolithicum tot en met midden-neolithicum A.

    Dit zijn jagers/vissers en verzamelaars. Ze trekken rond en zijn afhankelijk van de seizoenen en de aard van de voedselbronnen. Aan het einde van deze periode neemt de mobiliteit af en vestigen zich de eerste boeren. Archeologen vinden veel (vuur)steen en soms verbrand dierlijk botmateriaal. Aan het eind van deze periode verschijnt aardewerk. Begravingen zijn schaars en crematies nog zeldzamer.

  • Vroege landbouwsamenlevingen

    Dit betreft de periode 3400 voor Chr. tot 1500 voor Chr. - Midden-neolithicum B tot en met midden-bronstijd.

    Dit zijn boerengemeenschappen die kleinschalige landbouw bedrijven. Nederzettingen worden periodiek verplaatst. Naast vuursteen, stenen bijlen en eerste gebruiksvoorwerpen van metaal, wordt aardewerk gevonden. Ook vinden archeologen vage grondsporen van gebouwen. Steeds meer grafgebruiken worden zichtbaar zoals zoals grafheuvels en vlakgraven.

     

  • Late landbouwsamenlevingen

    Dit is de periode 1500 voor Chr. tot 900 na Chr. - Midden-bronstijd tot en met vroege middeleeuwen.

    In deze periode verschijnen boerderijen en verkavelde akkercomplexen. Er ontstaat nijverheid en handel en de gemeenschappen zijn niet meer geheel zelfvoorzienend. In de loop van tijd is er sprake van centraal gestuurd regionaal of bovenregionaal gezag (Romeinse tijd/Frankische rijk in de vroege middeleeuwen) en men wordt onderworpen aan kerstening. Archeologen treffen resten aan van bebouwing (soms van steen). Nederzettingen zijn rijk aan vondsten en grondsporen. Gedraaid aardewerk doet zijn intrede en metalen voorwerpen zijn steeds talrijker. De eerste heiligdommen ontstaan zoals tempels, de eerste kerken, kapellen en kloosters.

     

  • Staatssamenlevingen

    Periode 900 na Chr. tot 1950 - De vroege middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd.

    We zien een sterke uitbreiding van de bewoonde wereld en eigendomsgrenzen. De opkomst van de markteconomie leidt tot specialisaties en de bevolking groeit. Landelijke nederzettingen groeien uit tot dorpen en grote, complexe nederzettingen met centrale functies worden steden. Archeologen vinden aardewerk, keramiek, glas, metalen en steen. Er worden voorwerpen gevonden die horen bij verdedigingswerken en slagvelden.